Voorkom conflict: lessen van toezichthouder Nick Stap


Als een ondernemer sturing probeert te geven aan de richting waarin Nick Stap loopt, dan ruikt hij direct onraad. “Meestal een signaal dat hij liever niet heeft dat ik ergens naar kijk”, aldus de toezichthouder Milieu van Exsin. Een gesprek over de kneepjes van het vak.

Wat zit er achter die deur, vraagt hij dan. Kan ik eens in die ruimte kijken? “Ik wil zien wat ik wil zien”, legt Nick (26 jaar, Zelhem) uit. “Dus niet om de tuin worden geleid.” Dat is Nick ten voeten uit. Wie hem inhuurt krijgt niet alleen een man van de regels, maar ook iemand die gedrag observeert en op basis daarvan doorvraagt en handelt.

Zijn sociale antenne helpt hem eveneens om conflicten te voorkomen. “Soms merk ik dat een ondernemer in zichzelf keert, boos wordt of ineens voor je gaat staan om te vertellen wat hij ervan vindt. Afhankelijk van de situatie kun je als toezichthouder je houding hierop aanpassen. De ene keer betekent dat minder praten en een zakelijkere, afstandelijke houding aannemen, de andere keer juist meer praten en vragen naar de situatie.”

Een voorbeeld: “Ik ging eens langs bij een meneer die schoon genoeg had van de gemeente. Of ik de controle mocht uitvoeren, moest hij nog maar zien. Eenmaal daar, merkte ik dat hij nog steeds hoog in zijn frustratie zat. Ik vroeg naar zijn probleem — hij had geen gasaansluiting gekregen — en liet hem uitrazen. Gedurende de controle was ik op mijn hoede om de juiste woorden te gebruiken. Zeker toen ik een overtreding constateerde die te maken het met oud zeer: de keuring van de huisbrandolietank was niet goed uitgevoerd en dat had dus te maken met die niet verkregen gasaansluiting. Ik koos mijn woorden voorzichtig en nam tijd voor uitleg. Naderhand hebben we nog koffiegedronken. Een hercontrole zal voor mijn collega’s nu vast soepeler gaan.”

De wind van voren

Nick studeerde milieumaatschappijwetenschappen aan de Radboud Universiteit. Inmiddels werkt hij drie jaar bij Exsin en wil daar nog jaren blijven. “Ik kan er veel leren, kom vaak dingen tegen waar ik meer over wil weten en ambieer projectleiding.” Gedetacheerd bij de Omgevingsdienst Brabant Noord (ODBN), houdt Nick zich nu vooral bezig met agrarische controles. Hij komt bij rundvee-, pluimvee- en paardenhouderijen over de vloer.

Voor controles volgt hij een vast stramien. Na het plannen van een afspraak en het lezen van het milieudossier, rijdt hij naar de locatie toe. Daar stelt hij zich voor en legitimeert zich als daar om gevraagd wordt. “Ik begin aan de keukentafel of op het kantoor met een korte toelichting op wat ik kom doen en waarom. Vervolgens stel ik vragen over onder andere energieverbruik, afvalstromen, keuringsrapporten en wijzigingen ten opzichte van de vergunde situatie.”

Dan is het tijd voor een ronde en controleert hij of zaken als dieseltank, stalsystemen, het gebruik en de opslag van bodembedreigende stoffen voldoen aan de regelgeving. “Zo niet, dan vertel ik wat ik constateer en hoe dit aangepakt kan worden. Tot slot bereid ik de ondernemer voor op de brief die eraan komt: welke overtredingen erin zullen staan. En ik geef gelegenheid tot vragen.”

Voor dit werk moet je sterk in je schoenen staan. Die ene boer is geen incident. “Je krijgt nogal eens de wind van voren”, zegt Nick. “Doorgaans komt de weerstand voort uit iets wat niks met de overheid te maken heeft: stress, sores thuis en dan óók nog een controle. Maar het kan ook zijn dat de ondernemer al jaren in de clinch ligt met de autoriteiten. Doorgaans helpt een nette, positieve en open houding. Wanneer nodig, moet je klare taal spreken. Overigens werken de meesten gewoon goed mee. Laatst zei een ondernemer: ‘Niemand zit te wachten op een controle. Maar je kunt het beste netjes met elkaar omgaan, jullie doen ook maar je werk. Naast kennis van de wet moet je dus goed situaties en mensen kunnen inschatten en je helder kunnen uitdrukken.”

Naleving moet lonen

Voordat Nick toezichthouder werd, was hij vergunningverlener. Ook in die functie probeerde hij altijd mee te denken en alternatieve oplossingen voor te stellen. Over de verschillen: “Bij toezicht ben je vaak buiten en heb je direct contact met ondernemers. Bij vergunningverlening zit je meer binnen en is het contact beperkt. Ook de verhouding tot de ondernemer is anders. Als toezichthouder kom je op eigen initiatief langs. Bij vergunningverlening komt de ondernemer met een aanvraag bij jou en wil hij iets van je. Dat beïnvloedt de relatie die je met hem of haar hebt.”

Iedere omgevingsdienst kan ze opnoemen: bedrijven waar altijd wel iets mee is, veel klachten over binnenkomen en waar onevenredig veel energie in gaat zitten. Nick kent ze ook, maar van verloren energie of geld wil hij niet spreken. “We laten gewoon zien dat klachten serieus behandeld worden en laten ondernemers merken dat misstanden niet getolereerd worden. Ik denk dat ze het ons makkelijker kunnen maken door zo goed mogelijk medewerking te verlenen tijdens en voor een controle. Milieucontroles horen er nu eenmaal bij, we moeten er samen het beste van maken.”

Over verbetering van het naleefgedrag heeft Nick nog wel wat ideeën. “Niet alleen straffen, oftewel de stok. Maar ook belonen, de zogenaamde wortel. Uiteraard moeten ernstige overtredingen bestraft worden, maar wanneer het voor een ondernemer – al dan niet financieel – lonend wordt om de milieuregels na te leven, dan zullen ze hier meer op inzetten.”

Ook toezichthouder? Reageer op Nicks verhaal en deel uw eigen inzichten op LinkedIn.