De verborgen gevaren van carbid

Sinds het vuurwerkverbod in Nederland is er een nationale hype rondom carbid aan het ontstaan. Er worden naar legale mogelijkheden gezocht om het jaar 2020 toch nog enigszins knallend te kunnen afsluiten. Carbid is daar vandaag de dag een goed voorbeeld van, maar worden de risico’s en gevaren rondom carbid niet onderschat of zijn we niet voldoende op de hoogte van de risico’s?

Lokale retailers kopen in de november/decembermaand massaal carbid in om het jaar met zwarte cijfers af te sluiten. De verkopers adviseren hun klanten vaak hoe ze veilig carbid kunnen afschieten, maar weten ze zelf wel voldoende over de veilige opslag van carbid en de gevaren die deze opslag met zich mee brengt?

De eisen voor het veilig opslaan van carbid zijn opgenomen in het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling. Carbid is een ADR 4.3 geclassificeerde stof en valt onder verpakkingsgroep I. De ADR-classificatie vertelt ons dat het een stof betreft die brandbare gassen ontwikkelt indien het in contact met water komt. De verpakkingsgroep zegt iets over hoe gevaarlijk de betreffende stof is. Dat carbid onder verpakkingsgroep I valt, betekent dat het een ‘zeer gevaarlijke stof’ is. Vanuit de wetgeving zijn ondergrenzen vastgesteld voor het ‘regelvrij’ opslaan van gevaarlijke stoffen. Deze wetgeving is heel streng en duidelijk over het opslaan van gevaarlijke stoffen. De ondergrens ligt op 1 kilogram. Is er meer dan 1 kg aanwezig, dan moet de opslag in een daarvoor bestemde brandveilige opslagvoorziening, die voldoet aan de voorschriften uit de PGS 15. Deze voorschriften worden vanuit het Activiteitenbesluit en de Activiteitenregeling aangewezen.

De wet is streng, maar wel begrijpelijk streng, gezien de potentiële gevaren die carbid met zich meebrengt. Als carbid namelijk in contact komt met water ontstaat er acetyleengas. Indien dit acetyleengas weer in contact komt met vuur, dan ontstaat er een zeer groot ontploffingsgevaar. Wanneer het om ten hoogste 1 kilogram carbid gaat zijn de potentiële gevaren nog te overzien, maar wanneer het dit overschrijdt worden de risico’s alsmaar groter.

Onlangs heeft onze toezichthouder milieu Remco Hultink een situatie meegemaakt waarbij een winkelier 1.000 kilo carbid opsloeg in zijn magazijn. Dit magazijn voldeed niet aan de brandveilige opslageisen die hiervoor gelden. De inrichtinghouder gaf aan dat het om tijdelijke handel ging en dat de opslag binnen een maand weer weg zou zijn. Met dit gegeven is Remco naar de Omgevingsdienst gestapt. Ze hebben vervolgens advies gevraagd bij de brandweer. Hun stelling was doorslaggevend: handhaving moest zo snel mogelijk plaatsvinden.

“Doordat het carbid in een magazijn staat levert dit voor de brandweer bij repressief optreden als gevolg van een brand extra risico’s en gevaar op. Wanneer als gevolg van blusactiviteiten het carbid in aanraking komt met bluswater kan er acetyleengas ontstaan. In combinatie met vonken en vuur geeft dit een grote kans op explosies binnen de inrichting en escalatie van het incident met bijkomende risico’s voor het aanwezige repressieve brandweerpersoneel”.

Het carbid moest zo snel mogelijk worden afgevoerd of opgeslagen worden in een opslagvoorziening conform de PGS 15.

De Omgevingsdienst volgde dit advies op. Dezelfde week is er doorgepakt met de handhaving. Het carbid werd afgevoerd. Eind goed, al goed. Althans in deze situatie. Want zijn de voorzieningen van andere verkopers wel conform de brandveiligheidseisen uitgevoerd? Preventie is het meest belangrijk. We moeten verkopers van carbid informeren over de gevaren van hun opslag en de wettelijk verplichte maatregelen die zij moeten nemen om het carbid veilig op te slaan. En zo nodig moeten we daar ook op toezien en handhaven.