Uitbreiding schadevergoeding AVG in het bestuursrecht

Op 1 april 2020 (geen grapje) heeft de Afdeling de deur voor burgers opengezet om een schadevergoeding te eisen in een bestuursrechtelijke procedure.
Zij heeft op die dag een uitspraak gedaan in vier zaken (ECLI:NL:RVS:2020:898/899/900/901) waaruit volgt dat de bestuursrechter kan beslissen iemand een schadevergoeding toe te kennen als een bestuursorgaan zijn of haar persoonsgegevens heeft verwerkt in strijd met de AVG. Waar burgers eerder alleen bij de civiele rechter terecht konden, kunnen zij nu ook terecht bij de bestuursrechter. De bestuursrechter volgt hierbij de regels van het Burgerlijk Wetboek en de daarbij behorende jurisprudentie. Bij schadevergoedingen van meer dan € 25.000,- blijft de burgerlijke rechter enkel bevoegd. Er bestaat nu dus een keuzemogelijkheid.
Dit zet de deur open voor burgers om (vooral eenvoudige) schadevorderingen mee te laten liften in de bestuursrechtelijke procedure. Dit bespaart de burger tijd en moeite. Voor de omgevingsjurist kan het even schrikken zijn ineens te worden geconfronteerd met een schadevordering, bijvoorbeeld in het kader van een Wob-verzoek. Ter voorbereiding hierop in het navolgende beknopt wat informatie.
In Afdeling 10 van Boek 6 van het BW is de wettelijke verplichting tot schadevergoeding geregeld. Onderscheid wordt gemaakt tussen vermogensschade (materiële schade) en ander nadeel (immateriële schade). Vermogensschade omvat schade in het vermogen, zoals geleden verlies of misgelopen inkomsten. Immateriële schade is wat lastiger vast te stellen. Uit artikel 6:106 BW volgt dat de burger recht heeft op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding als hij (o.a.) in zijn eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in zijn persoon is aangetast. Het is vrij lastig hier een prijskaartje aan te koppelen en daarom zal zoveel mogelijk aansluiting moeten worden gezocht bij bestaande jurisprudentie. Ter onderbouwing ligt het meest voor de hand te kiezen voor een recente uitspraak van bij voorkeur de Hoge Raad, of anders het Hof of de rechtbank van hetzelfde arrondissement, in een vergelijkbaar geval. Voor vergoeding komt slechts in aanmerking schade die in zodanig verband staat met de gebeurtenis dat dit kan worden toegerekend. Er moet dus sprake zijn van causaliteit. De bestuursrechter heeft de mogelijkheid de schade te schatten.
Het is aan de vertegenwoordiger van het bestuursorgaan na te gaan of de schadevordering klopt. Hierbij zal met name moeten worden gelet op de onderbouwing van het bedrag. Als de onderbouwing niet klopt, dan is het van belang hierop te reageren. Als je dit niet doet, dan bestaat de kans groter dat de bestuursrechter de vordering toewijst. Voor vragen hierover of ondersteuning bij een procedure kan altijd contact worden opgenomen met de juristen van Exsin.