De verplichte energie-audit voor grote ondernemingen

Energie als milieuaspect wordt steeds belangrijker. Met name het maatschappelijke (en wetenschappelijke) debat rondom klimaatverandering heeft ervoor gezorgd dat dit onderwerp nu op de politieke agenda staat. Op verschillende overheidsniveaus worden afspraken gemaakt om het energieverbruik te verlagen en om de overschakeling naar duurzame energiebronnen te verwerkelijken. Bedrijven spelen hierbij een belangrijke rol. Vandaar dat de controles op het aspect energie ook steeds belangrijker worden.

Al jaren schrijft het Activiteitenbesluit milieubeheer voor dat bedrijven de besparingsmaatregelen moeten nemen die ze binnen vijf jaar terugverdienen. Ook zijn er al een aantal jaren stappen gezet om energieverbruik binnen de industrie te verminderen, zoals door de Meerjarenafspraken (MJA) waarin op sectorniveau overeenkomsten zijn gesloten tussen de overheid en bedrijven over energiebesparing.

In 2010 heeft de Europese Unie het 10-jarenplan Europa 2020 opgesteld. Van daaruit is de Europese Energie Efficiëntie Richtlijn (ook wel EED genoemd) voortgekomen. In 2015 heeft de Nederlandse overheid deze wet overgenomen en sinds 2015 geldt de verplichting voor een groot aantal bedrijven om een energie-audit uit te voeren. Deze plicht geldt voor alle vestigingen van ondernemingen die of meer dan 250 mensen in dienst hebben, of een jaaromzet van meer dan 50 miljoen euro en een jaarlijkse balanstotaal van 43 miljoen of meer hebben.

In de energie-audit worden de energiegegevens van de bedrijven overlegd en geanalyseerd. Op basis van de analyse kunnen effectieve maatregelen naar voren komen. Het merendeel van deze bedrijven valt ook onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op basis van artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt er aan de bedrijven gevraagd om een plan van aanpak bij de audit in te dienen waarin de bedrijven aangeven welke energiebesparende maatregelen ze de komende 4 jaar gaan nemen. Artikel 2.15 van het Activiteitenbesluit schrijft namelijk voor dat type A en B inrichtingen met een verbruik van meer dan 50.000 kWh of 25.000 m3 gas alle maatregelen moeten nemen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Door deze koppeling van de energie-audit aan het Activiteitenbesluit komen concrete maatregelen naar voren, welke voor de bedrijven uiteindelijk financieel voordeel bieden. Ook biedt dit plan van aanpak een handvat voor toezichthouders om te controleren op energiebesparing binnen bedrijven.

Wanneer er op grond van het Activiteitenbesluit een milieucontrole wordt uitgevoerd, dan gebeurt dit altijd voor één locatie. Veel energie-audits worden op concernniveau gemaakt en omvatten daarmee vele locaties, vaak binnen meerdere Omgevingsdiensten. Voor de beoordeling van deze audits is een landelijk team opgezet, het kernteam EED. Zij bieden hun beoordeling als advies aan de verschillende omgevingsdiensten, zodat er meer uniformiteit ontstaat in de beoordelingen en om de hoeveelheid beoordelingen behapbaar te maken voor de gemeenten en omgevingsdiensten.

Nu 3 jaar nadat deze wettelijke verplichting is ingevoerd, stromen de energie-audits nog binnen. Ook staan er veranderingen op de planning op het gebied van de bewijslast bij energiebesparing, namelijk de omgekeerde bewijslast waarbij de bedrijven moeten aantonen dat zij aan de energiebesparingsverplichting voldoen in plaats van dat het bevoegd gezag moet bewijzen dat ze niet voldoen. Ook dit levert weer kansen op om de doelstelling voor energiebesparing te halen en om de controles op energiebesparing goed uit te kunnen voeren.

Exsin ondersteunt diverse gemeenten en omgevingsdiensten met het beoordelen van energie-audits, het uitvoeren van energiecontroles en met de projectbegeleiding.